Natuur en Milieu De Vechtstreek

Al meer dan 50 jaar hart voor natuur !

De Rode wouw kwam zeer beperkt voor in Midden en West Europa maar ontbrak gedurende veel jaren, vanaf 1980, als broedvogel. Sinds 2010 is de Rode wouw mondjesmaat terug in Nederland. Vanaf 2014 waren er drie broedparen en in 2015 waren dat er vijf. De grootste populaties komen voor in Duitsland, Frankrijk en Spanje. Ook in Zwitserland zie ik frequent Rode wouwen vliegen en het is bekend dat de populatie in Engeland toeneemt. De Rode wouw is een beschermde inheemse diersoort. Omdat de soort tot voor kort ontbrak in ons land, kenden we het gedrag van de soort in het opvangcentrum tot nu toe niet en was het dus aftasten hoe we een prachtige, maar tevens zwaar ondervoede en gewonde Rode wouw, van 36 dagen oud, weer gezond en wel terug konden zetten in de natuur.

Han Bouman, ringer en coördinator van onze Vogelwerkgroep, is ondertussen een ervaring rijker wat betreft de soort. Omdat Han jarenlange ervaringen heeft met gewonde, zieke en/of ondervoede roofvogels en de dieren niet, of zo min mogelijk in contact brengt met de mens, bracht Mark Zekhuis (Senior Ecoloog Landschap Overijssel) een ondervoede, aan zijn poot gewonde Rode wouw bij Han. Eerder was deze Rode wouw, het kleinste jong uit het nest, al geringd door Stef van Rijn, met een ring van het Vogeltrekstation + een rode kleurring. Rode wouwen bouwen gammele nesten. Helaas waaide het nest uit de boom toen de broers en zussen van dit jong al takkeling waren. Het kleinste jong werd drie dagen erna onder het nest, op de grond, gevonden door Erwin van Manen. De vogel was ondertussen al behoorlijk verzwakt.
Belangrijk voor ons was dat het dier dit zou overleven!


De aanblik zag er heel triest uit!


Het dier vertoonde geen enkele activiteit en Han voedde de vogel in aanvang stukjes eendagskuiken met een pincet om het dier in leven te houden. We dachten dat het dier het niet zou overleven. Bij benadering lag het dier doodstil in het zand op de bodem van de kooi. Hij bewoog geen “vin”, gaf geen geluid en had de poten recht strak onder zijn lijf getrokken: ook als we met een vinger zijn klauw aanraakten deed hij geen enkele poging de vinger te pakken. Kortom: geen enkele reactie, noch activiteit te bespeuren. Het dier bleef onder alle omstandigheden onbeweeglijk liggen.

Op een gegeven moment vond Han dat hij de wouw lang genoeg had gevoerd met behulp van een pincet en dus moest het dier vanaf dat moment op eigen kracht zijn voedsel verorberen. Han gooide steeds drie eendagskuikens in de kooi. Ook daar reageerde de vogel niet op. Maar tot zijn stomme verbazing waren de kuikens later, als Han weer ging kijken, helemaal opgegeten. Toch lag het dier nog steeds op de grond. Hoe deed hij dat? Mede om die reden hebben Machteld Oudshoorn en ik een cameraval geplaatst in de kooi. Wij hebben de camera zodanig geplaatst dat we een goed overzicht hadden van de kooi en uiteraard van de prooien. Vanaf dat moment heeft Han de prooien voor de Rode wouw constant op dezelfde plek gelegd nl. op een tegel in het midden van de kooi. Nu werd het een paar dagen afwachten: spannend wat de beelden ons zouden vertellen want de eendagskuikens waren steeds opgegeten terwijl de Rode wouw “doodlag” op de grond als Han in beeld kwam.

Na een paar dagen bekeken we samen de opnamebeelden en ik beken: we waren stomverbaasd! De Rode wouw bleek geen apathische vogel te zijn maar een volkomen normale roofvogel met hele normale roofvogeleigenschappen. Als Han lang genoeg uit beeld was verplaatste de vogel zich, in aanvang nog iets kreupelend, naar de klaargelegde prooien om er vervolgens zijn grote klauw op te zetten. Daarna plukte hij er een aantal pluizen af om de prooien vervolgens uit elkaar te scheuren en naar binnen te werken! Uit beeld van de mens vertoonde het dier veel meer activiteiten dan verwacht. Hij probeerde steeds op een horizontale stok te springen, wat de ene keer lukte en de andere keer net niet. Maar oefening baart kunst, dus ook dat ging steeds beter! Het dier kreupelde en trok nog iets met de linker poot maar ook dat werd in de loop der tijd steeds beter en hij groeide! We zagen via de filmopnames dat het dier graag uit de kooi wilde: hij vloog of sprong regelmatig tegen het gaas. De tijd zou het leren wanneer het dier kon worden uitgezet. Eén ding was zeker: terugplaatsen was geen optie want dit dier had reeds geleerd zichzelf te voeden en daarbij was de kans veel te groot dat hij niet werd geaccepteerd door zijn broers-zussen, met dus een kans op recidive.

Op een gegeven ogenblik mikte Han de prooien per ongeluk naast de tegel, in het zand. Dit was nl. te zien op de videobeelden van de cameraval. De Rode wouw stapte er rustig op af, zodra Han uit beeld was, keek naar zijn prooi en legde de prooien daarna keurig op de tegel, zijn bord .... en begon de prooien vanaf zijn bord te plukken, uit elkaar te scheuren en te eten! Dit was voor ons een hilarisch moment! Zo van: “Ik ga vandaag toch echt geen kuikens met zand eten!” Naarmate het dier steeds meer op krachten kwam zagen we hem steeds meer rechtop zitten bij benadering. Hij liet zich niet meer, zoals eerder, plat in het zand vallen maar maakte bij benadering een schril en hoog geluid! De Rode wouw werd steeds mooier en mooier! Het vederkleed werd prachtig nu hij in een betere conditie verkeerde: een schitterend oranjebruin, glimmend lichaam met een licht gekleurde kop!


De Rode wouw heeft een krachtige gele haaksnavel met een zwarte punt en tevens gele poten.


Ondertussen was het duidelijk dat deze Rode wouw het ging redden. De Rode wouw was dus reeds geringd!
Na vijf weken opvang, vond Han dat het tijd werd de Rode wouw terug te plaatsen in de natuur. Aangezien de Rode wouw door Mark Zekhuis was gebracht en aangezien het dier op die locatie uit het ei was gekropen, hebben we de vogel in overleg met Mark, teruggebracht naar de locatie in de buurt van het nest.


v.l.n.r: Mark Zekhuis, Han en Mieke Bouman, Ella Roelfs-Rijzebol

Voordat de vogel zijn vrijheid terug kreeg, werden er nog een paar biometrische maten genomen. Een vleugellengte van 480 mm en een gewicht van 945 gram. Uit deze gegevens bleek tevens dat het hier om een mannetje ging.
En daarna was het zover:

De vrijheid tegemoet.

De Rode wouw landde in de bomen welke grensden aan het bouwland waar Han hem losliet.
Het waaide die dag behoorlijk en de vogel zwiepte zodoende alle kanten op, maar bleef keurig op zijn plek zitten, terwijl dit toch een hele nieuwe ervaring was voor het dier.


Hij was wel druk met zijn nieuwe ervaringen want hij moest regelmatig de vleugels uitslaan om in evenwicht te blijven.

Wij wilden het dier niet te lang observeren en zijn vertrokken in de hoop dat dit dier het gaat overleven in de natuur! En meestal weet je dit pas als ze dood worden gevonden ( nummer ring ) of als je een ring kunt aflezen met een telescoop.
Maar er stond ons nog een verrassing te wachten met deze, voor ons ondertussen, speciale roofvogel!

Mark Zekhuis vermeldde ons namelijk een paar weken later dat in een weiland achter zijn huis een dode kip lag. Een Buizerd kwam op de kip af maar er vloog ook een jonge Rode wouw rond, die ook bij de kip ging zitten. Een Rode wouw met zeer waarschijnlijk een rode ring....Mark kon het toen niet goed zien. De wouw ging vechten met een jonge buizerd om de dode kip. De Rode wouw won.

De dag erna vloog de Rode wouw er weer en ging weer op een prooi zitten, in dit geval een dode haas. Toen is Mark er met de telescoop heen gelopen en kon hij zien dat ie aan zijn linker been een rode kleurring had. Dit was het kleinste jong, dat uit het nest was gevallen en opgelapt door Han Bouman! Hij was als enige van de 3 jongen, geringd aan zijn linker been.
Dus de Rode wouw die 29 juli werd losgelaten maakt het goed!

Verslag: Han Bouman en Ella Roelfs-Rijzebol
Fotografie: Machteld Oudshoorn en Ella Roelfs Rijzebol


Hierbij nog een foto, genomen door Mark Zekhuis, van het kleinste jong ( mannetje rechts ) tijdens het ringen.

 

 

 

 

 

 

 

Zoeken