Natuur en Milieu De Vechtstreek

Al meer dan 50 jaar hart voor natuur !

De wezel is in Europa het kleinste roofdier en behoort tot de familie van de marterachtigen. Samen met de hermelijn, bunzing, otter, boom- en steenmarter, otter, en das vormt deze familie van marterachtigen de grootste groep landroofdieren in Nederland. Vooral met de hermelijn wordt een wezel nog wel eens verwisseld.

In het veld kun je hem herkennen als een snel bewegend rank roofdiertje, dat soms snel even over een pad rent, of even in en uit de vegetatie schiet. Soms staat het diertje heel even rechtop (het z.g.n. ‘kegelen’). Het lichaam van de wezel is heel rank, met een kort staartje, veel korter dan bij een hermelijn en ook zonder de opvallende zwarte pluim van de hermelijn. De mannetjes zijn ietsje groter dan de vrouwtjes. De bovenzijde is bruinachtig en de onderzijde is wit. De kleuren zijn gescheiden met een kenmerkend en onregelmatige demarcatielijn. Bij een hermelijn is de overgang tussen bruin en wit recht en vloeiend. Een wezel is zelfs zó klein, dat ze muizen tot in hun gangenstelsels kunnen achtervolgen. De wezel is een vleeseter en leeft hoofdzakelijk van muizen. Dat zag ik pas ook weer toen ik een doodgereden wezel langs de weg vond, het bijzondere was dat hij nog een (woel)muis in zijn bek had. Heel jammer dat dieren, die het toch al moeilijk hebben, doodkomen door onze ‘heilige koeien’, maar van zo’n situatie kun je ook weer profiteren en het diertje eens heel goed bekijken (zie foto*)  Want het blijven altijd ‘toevalstreffers’ als je er eentje ziet.

Ook als je zoals ik,  toch best vaak ‘in het veld bent’ is de kans maar heel klein dat je er eentje ziet, maar als dat gebeurt kan ‘je dag niet meer stuk’ en blijft dat in je geheugen gegrift.

Zo hoorde ik, tijdens mijn (loop)ronde op de Sallandse Heuvelrug, ineens een heel hoog schril en bijna fluitend geluid. In mijn ooghoek zag ik ook iets bewegen, maar er lagen wat takken naast het pad en het ging zo snel, dat ik eerst niet goed zag wat het was. Met mijn lippen stijf op elkaar probeerde ik het piepend muizengeluidje na te bootsen, ik weet dat roofdieren nieuwsgierig zijn en daar wel eens op reageren.  Het duurde even….maar na een poosje zag ik heel voorzichtig het kopje van een wezel tussen de takken gluren, nieuwsgierig keek hij waar dat ‘muizen’piepje van mij vandaan kwam. Warempel, met een snelle sprint kwam hij,  tussen de takken door rennend, mijn richting op. Even later nog eentje, die was veel kleiner, duidelijk het vrouwtje. Ik stond als een paal, waardoor ze mij waarschijnlijk niet als mens herkenden, maar op een paar meter van mij zag ik ze beide een ‘kegel’ maken, dit is een zeer markante pose van veel marterachtigen. Zittend op de achterpoten snuiven ze dan de geur van de omgeving op en kijken om zich heen of ze iets bijzonders zien. Het leken minuten, maar waarschijnlijk waren het maar een paar seconden en herkenden ze mijn mensengeur, als een raket renden ze weg en verdwenen weer tussen de takken en de heide.

De zoogdierenwerkgroep houdt zich aanbevolen voor waarnemingen van alle marterachtigen, maar in het bijzonder zijn we geïnteresseerd in waarnemingen van de kleine marterachtigen, zoals wezel, hermelijn en bunzing.

Arend Spijker

*) Let op de grootte, ten opzichte van de woelmuis, ook het korte staartje is opvallend, maar ook de onregelmatige demarcatielijn, bij een hermelijn is de overgang tussen bruin en wit, een rechte lijn.

Zoeken