Natuur en Milieu De Vechtstreek

Al meer dan 50 jaar hart voor natuur !

Onze Vereniging heeft zitting in de gemeentelijke Klankbordgroep. Van hieruit proberen we met andere partijen op een constructieve wijze mee te denken aan de opstelling van een goed bestemmingsplan buitengebied. Uiteraard hebben we in het verdere traject alle mogelijkheden om eventuele bezwaren te maken.

We hebben in nauw overleg met Landschap Overijssel onze zienswijze gegeven op het voorontwerp bestemmingsplan buitengebied Ommen. De reactie is mede uitgegaan namens Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Natuur en Milieu Overijssel.
Kern van de reactie is dat de gehanteerde aanpak op gebiedsniveau en op perceelsniveau leidt tot een onduidelijk en weinig gebruiksvriendelijk plan. Daarnaast zijn reacties gegeven en suggesties gedaan met betrekking tot onvolkomenheden op de bestemmingsplankaarten en de voorschriften.
Onze Vereniging zal de gemeente aanbieden constructief mee te denken in het vervolgtraject van het bestemmingsplan.

Zie hieronder de gezamenlijke groene reactie.

Aan de gemeente Ommen, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling
t.a.v. de heer A.Geilers
Postbus 100
7730 AC Ommen

 

Betreft: Art. 10 BRO reactie Bestemmingsplan Buitengebied


Zwolle, 15 juni 2007

 

Geachte heer Geilers,

Hieronder kunt u de reactie ex art. 10 BRO lezen op het Voorontwerp Bestemmingsplan Buitengebied dat de gemeente Ommen heeft opgesteld. Het betreft een gezamenlijke reactie van Landschap Overijssel, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Natuur en Milieu Overijssel en de Vereniging Natuur en Milieu De Vechtstreek Ommen.

Deze reactie is overigens nog een voorlopig. Het gaat om de hoofdlijnen, geschetst in grove penseelstreken. De definitieve reactie kunt u over enige weken tegemoet zien. Wij hebben voor deze fasering gekozen, zodat u het stedebouwkundig adviesbureau nog voor uw vakantie kunt informeren over onze bevindingen.

Algemeen
Bij lezing van het uiteindelijke voorontwerp moesten wij helaas constateren dat de gekozen systematiek in het beheerplan van perceelsbestemmingen op de plankaart en gebiedsbestemmingen op een andere kaartbijlage slecht werkt. In de aanloop naar het uiteindelijke voorontwerp is deze systematiek in de begeleidingsgroep uiteraard gepresenteerd, maar doordat in die fase steeds een beperkt onderdeel van het plan werd behandeld bleef als het ware onderbelicht in hoeverre dit concept een werkbare planvorm oplevert. Nu we over het geheel beschikken, valt voor ons niet te ontkomen aan de conclusie dat er een plan ligt dat in veel opzichten onduidelijk, verwarrend en onoverzichtelijk is. Het plan is niet gebruiksvriendelijk. Naar onze mening is de opzet om het plan flexibel te maken zijn doel voorbijgeschoten.

Wij vrezen dat het voor de gewone burger - die immers door dit plan gebonden wordt in het gebruik van grond in het buitengebied - een te moeilijk plan zal zijn. Wat mag wel, wat mag niet? Wat mag er nu gebeuren met de grond, wat mogen we veranderen. Daarvoor is het steeds nodig om te schakelen van de plankaart naar kaart 13, van artikel 3 - Agrarische doeleinden (A) naar artikel 24 - Agrarisch gebied met landschappelijke openheid (Zone Ao). Het buitengebied is op de plankaart vooral te splitsen in de bestemmingen A en N, terwijl dit op de andere kaart (kaartblad 13) genuanceerder is met Agrarisch gebied met landschappelijke openheid, Agrarisch gebied met landschappelijke waarden, Rivier(oevers) met natuurwaarden en Natuurgebied met recreatieve waarden. Op beide niveaus, die over dezelfde gebieden gaan, wordt de burger gebonden aan verschillende regels en bepalingen.
Hierdoor is een plan ontstaan dat voor planologen, ambtenaren en andere specialisten en advocaten misschien inzichtelijk en flexibel etc., maar voor de directe gebruikers van het plan zeker niet. Het plan schiet dus in onze ogen tekort waar het gaat om gebruiksvriendelijkheid. Dit is een ernstig tekort. Wij adviseren u derhalve in de systematiek van het plan in te grijpen en de beide planniveaus meer in elkaar te schuiven. Wellicht dat het hiervoor nodig is om ook bij de bestemmingen op perceelsniveau de tweedelige schaal (A en N) te vervangen door een meer genuanceerde.

Opmerkingen bij kaartblad 13
Het gebied tussen Ommen en Balkbrug is vrijwel geheel ingedeeld in de zone Ao. Wij verzoeken u hierin de Ommerschans, het bosgebied van Staatbosbeheer ten zuiden daarvan en het bosgebied bij Witharen in te delen als zone Nr. Dit geldt ook voor de bos- en natuurgebieden ter weerszijden van de N340 nabij de westelijke gemeentegrens, die nu zijn ingedeeld in de zone Al. Het gebied tussen de N340 en de Emslandweg moet in plaats van in zone Ao worden ingedeeld in zone Al.
Het landgoed ’t Laar moet vanwege de zeer grote natuurwaarden niet in zone Al worden ingedeeld maar in zone Nr.
Rond de Lemelerberg moeten aan de noord- en westzijde diverse bestaande natuurterreinen in de zone Nr worden ingedeeld (in feite toegevoegd aan het grote vlak Nr) in plaats van in zone Ao. Aan de Ommerweg, de Loovense weg en de Dalmsholterweg moeten gebieden met een kleinschalig karakter in plaats van in zone Ao worden ingedeeld in zone Al. Aan de oostzijde van de Lemelerberg moet een strook met natuurgebied langs de Regge (onder meer het ingerichte natuurontwikkelingsgebied Regge-west) worden ingedeeld in zone Nr in plaats van zone Al.
Aan de overzijde van de Regge dient het gebied tussen de gemeentegrens en het landgoed Eerde, resp. Eerderachterbroek te worden ingedeeld in zone Nr in plaats van zone Al.
Ten zuiden van Beerze dient het natuurgebied ter weerszijden van de Marienbergerdijk te worden ingedeeld in zone Nr en niet in zone Ao.
Bij Stegeren dient het (NSW)landgoed Stegeren van Baron Bentinck te worden ingedeeld in zone Al in plaats van zone Ao. (Overigens staat dit landgoed o.i. ten onrechte niet op Themakaart 3 aangegeven.)

Van al deze wijzigingsverzoeken zullen wij u nog een kaartbijlage toezenden.


Opmerkingen bij de Voorschriften
p.3 - 5d. Klopt het dat in de definitie van intensieve veehouderij terecht een minimumoppervlakte van 25 m2 staat vermeld? Wat moeten wij ons hierbij voorstellen?
p.4 - 5f sierteelt. Niet-grondgebonden teelt in de vorm van pot- en containerteelt wordt niet tot sierteelt gerekend. Onze vraag is waartoe dit grondgebruik wel wordt gerekend. En hoe wordt deze teelt in dit plan geregeld?
p.8 - Onder 66 wordt natuurwaarde gedefinieerd. Naar onze mening is dit te smal gebeurd. Behalve aanwezige flora en fauna gaat het ook om de daarbij behorende abiotische omstandigheden.
p. 11 - Onder 96 wordt zorgboerderij gedefinieerd. Ook hier is dit te smal gebeurd. Hierbij is niet uitsluitend sprake van opvang van volwassenen of gehandicapten, maar evenzeer van gedetineerden, moeilijk opvoedbare jeugd, zorgbehoeftige ouderen etc.
p.15 - lid 7b. Wat zijn ‘teeltondersteunende voorzieningen’. Hoe wordt hier voorkomen dat deze zich sluipenderwijs en ongewenst ontwikkelen tot bebouwing en bijv. dienstwoning?
p.29 - lid 8. De hier vermelde compensatie moet qua oppervlakte en kwaliteit vergelijkbaar zijn met de verloren gegane waarden (dus bij een oude beplanting moet een grotere oppervlakte jonge beplanting worden aangelegd om het verschil in kwaliteit te compenseren). Wij verzoeken u om hierbij te laten bijstaan door een deskundig orgaan met bindend advies.
p.43 - tabel 1. In de zone Ao moet wel grootschalige natuurontwikkeling kunnen plaatsvinden (bijvoorbeeld de uitwerking van de begrensde nieuwe natuur bij de Vlierwaterleiding). Hier moet een W staan in de tabel.
p.47 - tabel 2. Naar onze mening moet bosbouw hier niet uitgesloten worden, maar via een W worden verbonden aan een B&W besluit.
p.46 - lid 8. Bedoelt u met “afspraken” regeling van Particulier Natuurbeheer? Zo nee, wat dan wel? Zo ja, dan moet naar onze mening dat hier worden toegelicht.
Art. 24 t/m art. 27. Wij missen bij deze gebiedsbestemming de omschrijving van het aanlegvergunningstelsel. Deze bepalingen zijn verzameld in art. 31. Naar onze mening is dit onduidelijk en werkt het misverstanden in de hand. Wij bepleiten daarom deze beperkingen per artikel op te nemen. Conform onze opmerkingen onder Algemeen zou het nog beter zijn om de aanlegvergunning te regelen per perceelsbestemming.
Bij de zone Ao moeten ontginning en egalisatie aan een aanlegvergunning worden verbonden. Dit geldt ook voor het vellen etc. van opgaande beplanting. Dit is nodig omdat anders landschapselementen in een groot deel van het buitengebied vogelvrij worden, tenzij ze allemaal positief worden bestemd als N.
Wij bepleiten het verlenen van aanlegvergunningen te koppelen aan een adviesprocedure die analoog is aan de procedure vermeld bij artikel 28 op p. 60. Dit geldt in ieder geval voor de gronden die vallen onder artikel 26 en 27, maar in mindere mate ook voor art. 2.

Overige opmerkingen
 Vanuit landschappelijke en cultuurhistorische overwegingen verzoeken wij u de openheid van de essen te beschermen door een passende bestemming, c.q. voorschrift.
Op kaartblad 6 dient de Stekkenkamp in zijn geheel te worden bestemd als N. Dit in verband met de rangschikking als beschermd natuurmonument krachtens de NBwet . Ditzelfde geldt overigens ook voor het landgoed Stegeren van de familie Bentinck (op de kaartbladen 4 en 7).

Wij zullen u nog doen toekomen kaarten met de actuele eigendomssituatie van Landschap Overijssel, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer, zodat u de bestemming N kunt actualiseren.

De westhoek van de camping Giethmense Veld vertegenwoordigd een zo grote natuurwaarde dat dit gebied moet worden bestemd als N.

Op kaartblad 10 dient de sloot ten noorden van de weg Beerzerhaar op de grens van de bestemmingen N en A poisitief te worden bestemd als Water (WA). Dit is nodig omdat deze sloot van wezenlijk belang is voor het instandhouden van natuurwaarden in het aangrenzende natte heide en veengebied.

Wij missen in het plan de samenhang met en de doorwerking van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur. Wij verzoeken u dit alsnog te beschrijven en te verwerken in de diverse voorschriften.

Wij hebben geconstateerd dat aan de oostzijde van het plangebied delen van het buitengebied ten onrechte buiten de plankaart gevallen zijn. Met name gaat het hier om het gebied ten oosten van de N36 en  noorden van de spoorlijn Ommen - Marienberg.


Wij verzoeken u bij de verdere planvorming rekening te houden met onze opmerkingen.

 

Met vriendelijke groet,

M.Knigge,
medewerker ruimtelijke ontwikkelingen
Landschap Overijssel
 

Zoeken